Aiki Glossary

SPORTZAAL DE KRIEBEL - GROTE WEG 23, 9500 GERAARDSBERGEN - TEL. 054 41 41 17 - eMail

Aan een beginnend Aikidobeoefenaar uitleggen wat Aikido is, is heel moeilijk. Een lijst met de meest gebruikte Japanse benamingen en hun betekenis, is een eerste stap in de goeie richting.

 

Als je bij ons naar de les komt, dan kom je rustig en aandachtig de DOJO = oefenplaats binnen, nadat je, uit respect voor die oefenruimte, eerst de groet = REI gebracht hebt. Vooraan in de dojo zie je de KAMIZA = ereplaats, waar we ter nagedachtenis van de stichter O-SENSEI = grootmeester MORIHEI UESHIBA, zijn foto ophangen.

 

Voor de aanvang van de les, leggen we eventueel allemaal samen de TATAMI = matten open, brengen we onze KEIKO-GI = oefenkledij, OBI = gordel en eventueel onze HAKAMA = broekrok in orde en stappen op de tatami. We groeten rechtopstaand = RITSU REI of zittend = ZA REI naar de kamiza. Dan gaan we op een rij op de knieën zitten = SEIZA. YUDANSHA = houders van een DAN = meestergraad, zitten meestal rechts en daarnaast zitten de houders van een KYU = beginnergraad. We vergeten nooit dat we altijd leerlingen blijven. Vooraan zit de SENSEI = leraar.

 

Eerst gaan we ons ontspannen of "leeg maken", opdat we de les goed in ons zouden kunnen opnemen. We concentreren ons op onze ademhaling en mediteren = MOKUSO. Als de sensei het teken geeft, groeten we, nog steeds zittend, eerst naar de kamiza en dan naar de sensei. Met de volgende woorden vragen we of hij ons wil helpen: "O NEGAI SHIMASU". Door het toepassen van deze "ceremonie" krijgen we van meet af aan de kans om onze persoonlijke (geestelijke en lichamelijke) houding te tonen en te verbeteren. Die houding = SHISEI is in Aikido van fundamenteel belang.

 

Dan beginnen we de opwarmingsoefeningen = TAI SO. We leren ademhalingstechnieken (KOKYU); deze zijn zeer belangrijk in aikido. We leren vallen = UKEMI, zowel voorwaarts = MAE UKEMI als achterwaarts = USHIRO UKEMI. We oefenen alleen = TANDOKU DOSA en met twee = SO TAI DOSA.

 

Verveel je je nog niet? Geduld en doorzetting zijn onmisbare eigenschappen van een aikidoka! Nadat de sensei de oefening voorgetoond en toegelicht heeft, zullen SHITE of TORI = verdediger ("diegene die uitvoert") en UKE = aanvaller ("diegene die ontvangt") elkaar groeten als blijk van wederzijds respect en zich wijden aan de voortdurende studie van de vele technieken en principes van aikido. Het kan om ongewapende oefeningen gaan, maar we gebruiken ook de BOKKEN = houten zwaard, de JO = halflange houten stok en de TANTO = houten dolk. Dat doen we echter hoofdzakelijk om onze houding, onze lichaamsbeweging = TAI SABAKI, onze afstand = MA, het ontmoetingspunt = MAAI en onze reactiesnelheid te verbeteren. Zo zullen wij IRIMI = instappend en TENKAN = draaiend leren bewegen, in MIGI = rechter of in HIDARI = linker KAMAE = houding, AIHAMMI = gelijk of GYAKU HAMMI = tegenovergesteld, OMOTE = voorlangs of URA = achter.

 

Zo! Wellicht ben je nu wel een beetje overdonderd, maar je leert al die dingen natuurlijk niet in één keer. En bovendien zitten er aardig wat gevorderde technieken tussen. We beginnen steeds weer bij het begin! En waarom wij de Japanse benamingen gebruiken: gewoon opdat alle aikidoka van de hele wereld "dezelfde taal zouden spreken" op de tatami.

 

Als de les gedaan is, dan danken we de sensei: "DOMO ARIGATO GOZAIMASHITA" en dankt hij ons voor de aandacht. Naar wat er nog zoal gebeurt, daar moet je maar eens goed naar kijken. En als je de uitstraling van toffe dingen ziet, dan zitten we op de goede golflengte: de golflengte van AIKIDO.

 

De voornaamste aanvalsvormen en verdedigingstechnieken zetten wij hierna voor jou op een rijtje. En maak je geen zorgen: het IS Japans, maar je leert het sneller dan je denkt!

 

VOORNAAMSTE AANVALSVORMEN

 

- atemi: slag of stoot

- shomen uchi: verticale slag op het hoofd

- yokomen uchi: schuine slag naar de hals

- suihei uchi: yokomen uchi langs de overstaande zijde

- tsuki: voorwaartse vuistslag

- chudan tsuki (= suigetsu ate): vuistslag naar de plexus

- jodan tsuki (= ganmen ate): vuistslag naar het aangezicht

- (gyaku hanmi) katate dori: tegenovergestelde pols genomen

- aihanmi katate dori: zelfde pols genomen

- katate ryote dori of morote dori: pols met twee handen genomen

- ryote dori: twee polsen genomen

- sode dori: mouw genomen

- sode dori jodan tsuki: mouw genomen en jodan tsuki

- ryo sode dori: twee mouwen genomen

- hiji dori: elleboog genomen

- ryo hiji dori: twee ellebogen genomen

- kata dori: schouder genomen

- ryo kata dori: twee schouders genomen

- kata dori men uchi: schouder genomen gevolgd door shomen uchi

- muna dori: kraag langs voor genomen

- muna dori men uchi: kraag langs voor genomen en shomen uchi

- mae eri dori kubi shime: verwurging met de kraag langs voor

- mae geri: voorwaartse trap

- ushiro ryote dori (= ushiro tekubi dori): twee polsen langs achter genomen

- ushiro ryo kata dori: twee schouders langs achter genomen

- ushiro eri dori: kraag langs achter genomen

- ushiro ryo hiji dori: twee ellebogen langs achter genomen

- ushiro ryo sode dori: twee mouwen langs achter genomen

- ushiro katate dori kubi shime: pols langs achter genomen en verwurging

- ushiro kata dori kubi shime: schouder langs achter genomen en verwurging

- ushiro katate eri dori: pols en kraag lans achter genomen

- ushiro eri dori men uchi: kraag langs achter genomen en shomen uchi

- haga ijime: langs achter over de schouders genomen

- koshi dori: omknellen van het middel

- tanto dori: aanval met tanto (junte of honte versus gyakute)

- tachi dori: aanval met bokken

- jo dori: aanval met jo

 

VOORNAAMSTE TECHNIEKEN

 

- ikkyo: controle op de elleboog []

- nikyo: controle op de pols []

- sankyo: controle op de pols/schouder []

- yonkyo: controle op de voorarm

- gokyo: controle op de elleboog (tanto dori)

- shiho nage: worp der vier richtingen []

- irimi nage: worp bij instappen []

- kote gaeshi: worp via draaien van de pols []

- tenchi nage: hemel en aarde worp []

- kokyu nage: ademworp [][]

- koshi nage: heupworp []

- ude kime nage: worp via elleboog-klem []

- kaiten nage: draaiende worp (soto versus uchi)

- juji garami of juji nage: worp met gekruiste armen

- sankyo nage: worp met sankyo

- yonkyo nage: worp met yonkyo

- aiki otoshi of sukue nage: worp via de knieën

- sumi otoshi: worp onder een hoek

- uki otoshi: worp met zitten op één knie

- aiki nage: worpen met aiki en kokyu

- sokumen irimi nage (= naname kokyu nage): diagonale vorm van irimi nage

- chokusen no irimi: vorm van irimi nage

- ushiro kiri otoshi: snijdende worp []

- ude garami: houdgreep via elleboog

- hiji kime osae: klemmen van de elleboog

- ganseki otoshi: schouderworp

 

VOORNAAMSTE OEFENVORMEN

 

- so tai dosa: voorbereidende oefeningen

- tachi waza: rechtstaande techniek

- suwari waza (= za ho): op de knieën zittend

- hanmi handachi waza: uke rechtstaand en tori zittend

- nage waza: werptechnieken

- katame waza: controletechnieken

- nagekatame waza: werptechnieken gevolgd door controle

- kihon gi (= kihon keiko): basistechnieken

- oyogi: gevorderde technieken

- ko tai: stabiel

- ju tai: vloeiend

- eki tai (= ryu tai): heel vloeiend

- ki tai: volledig gebruik van ki

- ki awase: laten samenvloeien van de energie

- ki musubi: samenbinden van de energie

- henka waza: variaties

- gono keiko: tegenwerken

- jiyu waza: vrije techniek

- jiyu geiko: vrije training

- kogekho jiyu waza: vrije techniek met variërende aanvallen

- kaeshi waza: tegentechnieken

- kakari geiko: met meerdere tegenstrevers van eenzelfde niveau

- tandoku dosa: hitori geiko: oefeningen alleen uitgevoerd

- jiyugi: ippan geiko: met één aanvaller

- taninzu gake: met meerdere tegenstrevers die simultaan aanvallen (futari dori, sanningake)

- taninzu renzoku waza: meerdere tegenstrevers die achtereenvolgens aanvallen

- buki waza: technieken met wapens

- futsu geiko: alle niveaus van leerlingen gemengd, die de technieken steeds herhalen

- uchikomi geiko: training met een gevorderde, zonder worp, snel herhalend

- hikitate geiko: training met een gevorderde, waarbij de gevorderde de techniek stopt op het punt waar de minder

gevorderde een fout maakt

- kogaku geiko: training tussen leerlingen met eenzelfde niveau

- mitori geiko: oefenen door te kijken

- yagai geiko: oefenen in de natuur, op allerlei oppervlakten

- aiki ken: gebruik van de bokken

- tachi tai tachi: bokken tegen bokken

- tachi dori: aanval met bokken

- tachi suburi: de bokken leren hanteren

- tanren uchi: voortdurende herhaling van suburi slagen met bokken op een bussel twijgen

- aiki jo: technieken met jo

- jo tai jo: jo tegen jo

- jo dori: aanval met jo

- tachi tai jo: technieken bokken tegen jo

- jo tai tachi: technieken jo tegen bokken

- jo suburi: de jo leren hanteren

- tanto dori: aanval met tanto

Gebaseerd op een tekst van Ulrich D'haese